Mijn allereerste banen behang plakte ik samen met mijn broer Paul op de muur. En eerlijk is eerlijk: zonder ervaring zag ik er best een beetje tegenop. Want hoe zorg je ervoor dat je strak behangt zonder scheve banen of luchtbellen? Gelukkig had Paul als ervaringsdeskundige een paar slimme trucs achter de hand. En die deel ik graag met jou, zodat jouw behangklus nét zo soepel verloopt als die van ons.
1. Plak eerst tape op plafond en plinten
Een kleine moeite, maar zó belangrijk. Door schilderstape aan te brengen langs het plafond en de plinten, voorkom je dat er lijmresten op plekken komen waar je ze niet wilt. Na het behangen trek je het tape eraf en voilà: een superstrak resultaat.
2. Gebruik een laser of waterpas (want geen muur is écht recht)
Vertrouw nooit blind op je muur. Zelfs als die splinternieuw gestuct is, zit er bijna altijd een kleine afwijking in. Gebruik dus altijd een laser of waterpas om een rechte lijn te zetten voor je eerste baan behang. Want als die scheef zit, zit de rest dat ook. En geloof me, dat wil je niet!
In deze video staan alle tips voor je op een rijtje
3. Ga voor gekleurde lijm
Een tip die ik zó handig vind: gebruik gekleurde lijm! Daarmee zie je precies waar je al lijm hebt aangebracht, en voorkom je droge plekken of overmatig gebruik. De kleur verdwijnt vanzelf als de lijm droogt.
4. Werk met loeischerpe stanleymesjes
Een goed mesje maakt echt het verschil. Met een bot mes trek je snel het behang kapot of krijg je rafelige randen. Vervang dus regelmatig je mesje. Het scheelt frustratie én geeft een strakker eindresultaat.
5. Doe het samen
Twee weten (en meten) meer dan één. Samen behangen gaat niet alleen sneller, maar is ook véél gezelliger. Terwijl de een het behang op maat snijdt, houdt de ander het netjes recht tegen de muur. En geloof me: met een muziekje aan wordt het echt een feestje 🙂 Veel succes!


